Vorige week mocht ik een optreden bijwonen van Toots
Thielemans "and his Brazilian friends". Toots Thielemans "hoeft
niet meer voorgesteld te worden" zo luidde de aankondiging; de
virtuoos en de jazzy klanken van zijn mondharmonica zijn
tenslotte wereldberoemd. Ter gelegenheid van het Brasil
Festival Amsterdam kwamen vier bevriende musici over om samen
met Toots de grote zaal van het Concertgebouw in vervoering te
brengen met hun hartverwarmende Braziliaanse muziek.
Toots Thielemans is 89 jaar. De eerste helft van het concert
moest hij derhalve overlaten aan zijn vrienden - inmiddels ook niet
meer piepjong. Niet geheel zonder hulp kwam hij dan eindelijk op
kwetsbare benen het podium op en vond zijn weg langs snoeren,
geluidsboxen en standaards. Bovenaan de trap keek hij over zijn
donkere bril met glanzende pretoogjes de zaal in en hoewel hij het
een en ander gewend is, leek hij toch onder de indruk van het
enthousiasme van het publiek.
Wat mij betreft waren daar op het podium gaandeweg de avond twee
zaken aan de orde. Aan de ene kant werd er fenomenale muziek
gemaakt: de klanken die Thielemans aan zijn mondharmonica
ontfutselde waren een warm bad voor het gemoed.
Tegelijkertijd zat daar een groep vrienden zo intens te genieten
van hun eigen bezigheden dat op de keper beschouwd het publiek er
niet zo heel veel toe deed. Er waren grapjes en plagerijen;
onverwachte zijpaden werden bewandeld in de vaak overbekende songs.
Grijze hoofden werden geliefkoosd, luchtkusjes over en weer, broze
knieën bij elkaar tijdens intense stukken en gekscherend werden
anekdotes gelanceerd. Als een stel jonge honden vulden zij de
statige concertzaal met hun prachtige muziek en veroverden de
harten van het publiek met hun eigen vreugde.
In verwondering heb ik de avond over mij laten komen en daar in
het Concertgebouw realiseerde ik mij plotseling dat ik behalve een
schitterend optreden tevens een sterk staaltje kwaliteit van
leven heb mogen bijwonen. Wat een zegen dat je -ondanks je
lichamelijke conditie- met zoveel plezier en liefde oud mag worden.
Waarbij ik het niet heb over het voorrecht een begaafd musicus te
zijn. Of het voorrecht nog zo actief te zijn. Het gaat mij om de
intense beleving van die groep muzikanten en het feit dat zij zo
feilloos in staat waren die sensatie ook op het publiek af te
stralen -ondanks alle lichamelijke tekortkomingen. Dat vermogen nu,
is in mijn ogen een kunst, een gave en een prestatie tegelijk:
ondanks alles. En zo fundamenteel onontbeerlijk zelfs voor
de helemaal gezonde mens.
Gegeven dat alles geef ik er de voorkeur aan dit stukje niet te
beëindigen met de stelling dat het Diabetes Fonds kwaliteit van
leven zo belangrijk vindt: dat moge duidelijk zijn. Veel liever
sluit ik af met de laatste regels van het openingslied die avond,
gespeeld en gezongen met aanstekelijk joie de vivre:
And the riverbank talks
of the waters of March,
It's the end of all strain,
It's the joy in your heart.
(Antonio Carlos Jobim)
Suzanne Pieper werkt bij de afdeling Kennis & Onderzoek, verantwoordelijk voor de activiteiten binnen het kennisveld “Leven met Diabetes”.